onderwijs
'In Vlaanderen moet élk kind naar school kunnen'
Onderwijsminister Pascal Smet klaar voor het nieuwe schooljaar
Woensdag gaan de schoolpoorten weer open. Meteen wordt die dag de vraag van 1 miljoen beantwoord: heeft elk kind een plek op school? Vlaams minister van Onderwijs Pascal Smet maakt zich alvast geen zorgen: 'We hebben grote inspanningen gedaan, en we zullen samen evalueren en bijspringen waar nodig.'
Vlaams minister van Onderwijs Pascal Smet (sp.a) begint woensdag aan zijn tweede schooljaar, en hij zal het geweten hebben. De Brusselaar holt dezer dagen van de ene afspraak naar de andere. Tussendoor zit hij bij preformateur Di Rupo aan de onderhandelingstafel als sp.a-specialist Brussel/BHV. 'Als Di Rupo dan op het laatste moment beslist de vergadering uit te stellen, vloek je wel eens.' (lacht) Maar Smet zeurt niet. Hij voelt zich in zijn schik op onderwijs. Spreek hem over capaciteitstekorten in scholen en hij blaakt van zelfvertrouwen. 'We hebben dat probleem snel aangepakt. Zo hoort dat. Het was mijn eerste keer niet, ooit loste ik de grootste asielcrisis in dit land op (als commissaris-generaal voor de vluchtelingen, van 2001 tot 2003, nvdr.). En wat deze noodsituatie ook bewees: het onderwijs kan snel grootse dingen doen.'
Toch luidt de hamvraag: heeft elk kind op 1 september een plaats in de klas?
Pascal Smet: 'Ja. Mogelijk staat hier en daar een kind nog niet ingeschreven, maar dat wordt snel opgelost. In Antwerpen zijn misschien zelfs nog plekjes vrij. Enkel in Brussel moeten we op 1 september de situatie bekijken, omdat die daar vrij complex is.'
'Veel mensen noemden me overmoedig met die uitspraak. Wat zegt Smet nu? Is die gek geworden? Maar ik had geen andere keus. De overheid moét onderwijs regelen. Volgend schooljaar dreigt in de grootsteden nieuw plaatstekort. Ik heb mijn collega's in de Vlaamse regering al verwittigd voor de begroting 2011.'
En wat na 2011?
'We moeten scholen bijbouwen en bestaande scholen vernieuwen. Vlaanderen besteedt 1,5 miljard euro extra om de historisch gegroeide achterstand in renovatie van schoolinfrastructuur weg te werken. Los daarvan zijn nog extra centen nodig om de capaciteit in steden op te trekken. Dat kost geld, maar wie het politiek niet eens is om in nieuwe scholen te investeren, moet dat maar luidop zeggen. In een rijke samenleving als Vlaanderen moet toch elk kind naar school kunnen?'
Recent zijn de inschrijvingsregels aangepast. Is het fenomeen van in tentjes kamperende ouders daarmee van de baan?
'Je kan dat nooit uitsluiten. Als een school zo populair is dat te veel ouders hun kind ernaartoe sturen, dan krijg je wachtrijen. Scholen kiezen zelf hoe ze hun inschrijvingen regelen: via de chronologieregel of met een online aanmeldingspunt.'
In grootsteden heerst plaatstekort, maar met de nieuwe inschrijvingsregels mogen ook kinderen uit randgemeenten er school lopen als één ouder in de stad werkt. Dus nog minder plaats. En hoe kan een basisschool dan een buurtschool zijn?
'Ik betwijfel of dat een probleem is. Om voorrang te krijgen op een buurtkind moet de ouder werken op een plaats die dichter bij de school ligt dan waar dat buurtkind woont. Als je bovendien in sommige stadswijken buurtscholen onderhoudt, krijg je gekleurde klasjes. Ouders uit de rand die hun kinderen meebrengen, verbeteren de mix. Hoe dan ook wordt het systeem snel geëvalueerd en indien nodig bijgestuurd.'
Vorige week stelde consumentenorganisatie OIVO dat Belgische gezinnen gemiddeld 773 euro uitgeven aan nieuw schoolgerief. Is onderwijs echt gratis?
'Die studie was weinig genuanceerd naar Vlaanderen toe en telde ook andere kosten als kledij mee. We doen zware inspanningen om zeker het basisonderwijs kosteloos te maken: geen inschrijvingsgeld, extra middelen voor scholen, maximumfactuur... Wat kinderen nodig hebben om de eindtermen te bereiken, krijgen ze van de school. Onderwijs ís kosteloos. Maar als ouders nieuwe potloden kopen terwijl de oude maar half gebruikt zijn... Een kind zal niet beter leren met spullen van Hello Kitty. Maak van hen beter sterke persoonlijkheden die daartegen nee kunnen zeggen.'
Toch klinkt de roep almaar luider om de maximumfactuur te verhogen.
'Let op, mensen denken daar verschillend over. In landelijke gemeenten stelt het probleem zich scherper dan in steden, de afstanden voor schooluitstappen zijn er groter. Voor de maximumfactuur komt er een indexering. En in december, na twee jaar, gaan we het systeem evalueren. Weet ook dat het overgrote deel van de ouders geen afschaffing wil. Bovendien kregen scholen ter compensatie 175 euro werkingsmiddelen. Per kind, elk schooljaar. Zeker nu, in moeilijke economische tijden, moet basisonderwijs kosteloos zijn. Ook voor het secundair onderwijs bekijken we, samen met de Koning Boudewijnstichting, hoe we de kosten kunnen drukken.'
Heeft elk kind op 1 september een juf of leraar? Hoe pakt u het leerkrachtentekort aan?
'Dat weten we pas na enkele weken. Maar we gaan ervan uit dat er genoeg zijn, ook al moet je hier en daar altijd gaatjes vullen. Het lerarentekort is een relatief probleem, maar dan komt de manager in me boven: 40 procent van de jonge leerkrachten werkt gedwongen deeltijds, één op de drie afgestudeerden haakt binnen vijf jaar af. Als die 40 procent voltijds werken en die jongeren blijven werken, is er niets aan de hand. Maar op lange termijn komen we wellicht in moeilijkheden. Ik wil het imago van leerkracht opwaarderen om meer mensen aan het werk te houden. Daarom start ik met vakbonden en koepels het Leerkrachtenloopbaanpact, waarin we alle aspecten van de loopbaan belichten en daarrond een tienjarenpact afsluiten.'
Gaat u het onderwijs in Brussel bijspringen? Daar zijn tegen 2015 79 extra scholen nodig.
'Onderwijs in Brussel is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de Nederlandstalige en Franse gemeenschap en het Brussels hoofdstedelijk gewest. Ik ben daar duidelijk in: in Brussel is de omgangstaal op straat vaak het Frans, terwijl men thuis een andere taal spreekt. Ik ben bereid de capaciteit in Nederlandstalige scholen gericht te verhogen, maar dan vraag ik een engagement: kinderen moeten Nederlands spreken, de lessen moeten in het Nederlands, de kwaliteit moet blijven. Met alleen Franstalige kinderen wordt dat moeilijk. Een blanco cheque geven doe ik niet.'
Hoe wil u meer Nederlandstaligen in die klasjes?
'De regelgeving is aangepast: die scholen moeten voor 55procent voorrang geven aan Nederlandstaligen. En om concentratiescholen gemengder te maken, wil ik ook lokale initiatieven als School-in-Zicht (project dat ouders in het Antwerpse stimuleert om kinderen in groep in gekleurde scholen in te schrijven, nvdr.) nauwer ondersteunen.'
Vanaf 1 september wordt de taaltoets voor kleuters ingevoerd. U wil die ook voor 6- en 12-jarigen invoeren.
'Ja, maar bij kleuters is die taalproef een uitweg. Wie naar de lagere school wil, moet 220 halve dagen naar een Nederlandstalige kleuterklas gaan. Kom je niet aan 220 en je slaagt voor zo'n proef, mag je ook overgaan. Voor zes- en twaalfjarigen geldt de vraag: spreekt het kind voldoende Nederlands om mee te kunnen? Anders loopt het achterstand op. Die toets is een taaldiagnose.'
En als leerlingen niet slagen?
'Het kind wordt niet in de hoek gezet, hoor. We zullen hulp bieden. Ofwel met extra aandacht in de les, ofwel met bijles, ofwel met lessen in een onthaalklas voor anderstaligen. Daarna heeft het kind weer alle kansen om mee te doen. Daar gaat het om: zwakkere kinderen ondersteunen opdat ze hun talenten toch kunnen ontwikkelen. Onderwijs is hét middel om kinderen uit te dagen en hen te laten schitteren.'uchy)


lees meer