onderwijs
Lassen in de klas
Vandaag ontvingen de leerlingen van het Centrum leren en werken Damiaaninstituut uit Aarschot een lascertificaat uit handen van minister Pascal Smet. “Lassen met de klas” is een project dat wordt gedragen door Agoria en de vakbonden ABVV-Metaal en ACV-CSC Metea, met de financiële steun vanuit het departement Onderwijs en Vorming. Deze 5-daagse opleiding die openstaat voor leerlingen en leerkrachten mondt uit in het behalen van een officieel certificaat, wat de deelnemers een flinke duw in de rug geeft op de arbeidsmarkt.
Jongeren uit deeltijds onderwijs behalen lasdiploma’s tijdens ‘lassen met de klas’
Tijdens de afgelopen maanden volgden 85 jongeren uit het deeltijds beroepssecundair onderwijs een specialiseringtraject lassen in het VCL (Vervolmakingscentrum voor Lassers) in Brussel. Op de laatste dag van het traject ‘lassen met de klas’ tonen ze hun kunnen aan een jury en kunnen ze een officieel Europees lascertificaat ontvangen. Met zo een diploma verhogen hun kansen op een job gevoelig. Lassen met de Klas is een initiatief van technologiefederatie Agoria en de vakbonden ACV-CSC Metea en ABVV-Metaal en wordt gesteund door Vlaams minister van Onderwijs Pascal Smet.
Lassen is een knelpuntberoep en “onze bedrijven dragen dan ook graag hun steentje bij om meer jongeren aan te trekken voor deze functies en ze de kans te geven om beter te worden,” legt Wilson De Pril, directeur-generaal van Agoria Vlaanderen uit. Tijdens lassen met de klas kunnen de jongeren immers met de modernste lasapparatuur leren werken. “Daardoor verhoogt hun bagage en dat vergroot hun kansen op een job,” zegt Georges De Batselier van ABVV-Metaal.
Een project van werkgevers en vakbonden
Via hun paritair opleidingsfonds INOM investeerden Agoria en de vakbonden dit jaar ongeveer 70.000 euro in de opleiding ‘lassen met de klas’. Lassen met de Klas startte in 2007 met 16 deelnemers. Dit jaar groeide dit al tot 94 deelnemers, 85 jongeren en 9 leerkrachten. Het gaat om 12 scholen uit alle Vlaamse provincies. Het INOM kan ook rekenen op financiële steun van onderwijsminister Pascal Smet.
De opleiding gebeurt in het VCL, duurt één week en richt zich tot leerlingen uit het deeltijds secundair beroepsonderwijs, richting lassen. Dit zijn jongeren die vanaf 15 jaar, na het beëindigen van hun voltijdse leerplicht, de keuze maakten voor een systeem van leren en werken. Daarbij gaan ze 2 dagen naar school en werken ze drie dagen per week. Op die manier leren ze van jongsaf een vak.
Een volwaardig certificaat
Als ze de laatste dag van de opleiding slagen in hun test, kunnen de jongeren rekenen op een officieel lasserscertificaat conform NBN EN 287-1. Hiermee staan ze sterker op de arbeidsmarkt en is dit voor hen een stimulans om nadien nog door te groeien. Voor heel wat jobs is een certificering overigens verplicht zoals bij laswerken op drukvaten of bij werken voor bruggenbouw en hefwerktuigen. Dit geldt ook in een aantal andere sectoren zoals de spoorwegen, luchtvaart, chemie en gasleidingen.
Ook voor leerkrachten
Ook de leerkrachten kunnen de opleiding en de voorgeschreven proeven (theoretisch en praktisch) afleggen voor een lasserscertificaat en/of een internationaal lasdiploma van hoeknaadlasser, plaatlasser of pijplasser. De opgedane kennis kunnen zij doorgeven aan hun leerlingen.


lees meer